Elke knager zijn eigen voer?


Elke knager zijn eigen voer?
Auteur:
August Offenberg, voedingsadviseur bij Garvo, fabrikant van hobbydiervoeders

Onderstaand een stuk tekst uit een verslag over voeding bij knaagdieren. Onder de link staat het hele stuk, wij hebben er het onderstaande uitgelicht:

Is het noodzakelijk om elke knager specifieke voeding te verstrekken?

Nee, naar mijn idee is dit niet noodzakelijk en kunnen we de kleine knagers onderverdelen in twee groepen. De eerste groep bestaat uit de diertjes die een absolute behoefte aan vleeseiwit kennen, of behoefte hebben aan eiwitten die veel in vlees voorkomen, namelijk ratten, hamsters en gerbils. Wanneer er voer zonder vleeseiwit wordt verstrekt kunnen gebreken ontstaan en kan er kannibalisme bij deze dieren optreden.In de tweede groep vinden we de chinchilla’s, degoe’s en muizen. De voedingsbehoefte van deze diertjes is overwegend plantaardig. Een muis is weliswaar en alleseter, maar een echte vleeseter is het niet.

Wanneer muizen gevoerd worden met een voer met (veel) vleeseiwit, dan is dit een belasting voor het dier. Vleeseiwit wordt door muizen slecht verteerd en geeft een belasting voor de nieren, en meer resteiwit in de mest (meer ammoniakvorming).

Voor topresultaten qua fok maar ook qua groei zijn muizen en ratten naar mijn mening niet met het zelfde voer te verzorgen! Ratten en gerbils hebben een duidelijke behoefte aan voeding met vleeseiwit, voor een hamster is een type eiwit noodzakelijk dat veel in vlees voorkomt. Deze drie soorten knagers zijn dan ook met eenzelfde voer te verzorgen. Muizen, degoe’s en chinchilla’s kunnen weliswaar met dierlijk eiwit omgaan (bijvoorbeeld bloedmeel), maar vleeseiwit levert een negatieve belasting op. Bovendien ligt de eiwitbehoefte bij de laatste drie knagers lager dan bij de eerste drie knagers.

Eiwitgehalte

Het eiwitgehalte in de voeders is bij fokkers van kleine knagers nog wel eens een punt van discussie. Er wordt vaak geclaimd dat knaagdieren een hoog eiwitgehalte behoeven. Het aanbod knaag diervoeders varieert in eiwitgehalte van 12 tot wel 22%. Naar mijn mening zijn alle kleine knagers met 12 tot 15% eiwit prima te verzorgen, mits de opneembaarheid van het eiwit perfect is. Zo wordt eiwit uit erwten door de knagers anders verteerd dan eiwit uit vlees. De combinatie van de gebruikte eiwitbronnen bepaald dan ook welk percentage van het aanwezige eiwit kan worden opgenomen. Als de eiwitbronnen te eenzijdig zijn, is het deel eiwit dat niet benut wordt, puur balast voor de dieren. Anders gezegd: het voerverbruik is lager bij een hoogwaardig voer met een optimale eiwitsamenstelling. Bij een lager voerverbruik blijft ook het hok schoner! Niet de hoeveelheid eiwit, maar de samenstelling van het eiwit bepaald de uiteindelijke kwaliteit en prestaties van de dieren.

De leefruimte van een knaagdier is relatief beperkt, de leefomgeving heeft daarmee een grote invloed op de gezondheid van de diertjes.

Een goede hygiene is dan ook van groot belang. Zeker bij knagers die relatief veel drinken, zoals ratten, is dit een thema. Uit de keutels komt ammoniak vrij. Ammoniakdamp heeft zijn weerslag op de luchtwegen. Te veel ammoniak in het verblijf maakt de dieren vatbaarder voor ziekten waaronder longontsteking omdat de beschermende slijmlagen in de longen worden aangetast. Bedenk dat de hoeveelheid ammoniak die ontstaat ook van het voer afhangt! Ammoniak ontstaat als gevolg van rottend 'resteiwit' in de mest. Hoe beter de hoeveelheid en soort eiwit in het voer opgenomen wordt, hoe minder ammoniak er vrij komt, hoe beter voor de weerstand van de dieren! Alles hangt met elkaar samen!

Aldus een citaat van Garvo.



Zelf geven wij zo nu en dan een ei en wat vlees bij in de vorm van een
stukje kip, wat hondenbrokjes (van een goed merk) of wat van ons eigen broodbeleg. Ook kaas wordt erg gewaardeerd. Wij zijn geen voorstander van varkensbrokken, zoals die ook wel in dierenvoeder worden verwerkt, omdat varkensvlees allerlei dingen als spoelwormen en andersoortige parasieten in het spijsverterinsstelsel van de dieren (en ook van ons mensen) in de hand werkt en dat is iets wat wij niet willen. Teveel dierlijk eiwit (en vooral varkensresten afkomstig van de slacht) zorgen er voor dat de nieren overuren draaien en het beperkt de leeftijd van de dieren. Veel van deze dieren zullen overlijden aan tumoren en / of nierfalen. Nierfalen hoort pas voor te komen op oudere leeftijd (door slijtage) en niet op jongere leeftijd. Bovendien ga je een te rijke dierlijke voeding vrijwel meteen ruiken aan de ratten (en in de ruimte waar ze staan) als een hele scherpe eiwitlucht. Dan weet je zeker dat je bezig bent de nieren van je ratten over de kling te jagen. Ook al heb je een grotere groep ratten zitten; dit is niet nodig en niet prettig voor de dieren en de eigenaren.

Al jaren halen wij ons voer bij Garvo (zeer tot onze tevredenheid en van die van de ratten) en zoeken wij een juiste samenstelling in plantaardige en dierlijke eiwitten, waarbij de dierlijke eiwitten op een lagere plaats staan. Ook wij hebben de ervaring dat als de balans in het voer goed is, je geen last hebt van kannibalisme onder je dieren en dat is precies wat je wilt zien. Dan hebben ze geen tekorten.


Geciteerd uit een Garvo-rapport van 2017 door rattery Rivka en Reizele



Dieet maakt hamster kannibaal
http://www.faqt.nl/recent/dieet-maakt-hamster-kannibaal/

Hamsters veranderen door een eenzijdig dieet in kannibalen. Tot die conclusie komen biologen van de Fond’action Alsace, een Frans onderzoeksinstuut. Ze gaven vrouwelijke hamsters die in de Elzas in het wild voorkomen een tijd lang alleen mais te eten. Daarop reageerden de vrouwtjes door hun jongen op te eten. Hamsters die een gevarieerd dieet kregen, deden dat niet.

Het wrede experiment dient een nobel doel: om aan te tonen dat de biodiversiteit achteruit holt als boeren aan monocultuur doen. Steeds meer landbouwvelden in de Elzas worden slechts voor de teelt van één enkel gewas gebruikt. Bovendien worden de velden steeds groter, wat betekent dat de dieren die daar wonen ook niet kunnen migreren voor een diverser hapje.
Dat is slecht nieuws voor boeren, die deel uitmaken van een lokaal ecosysteem. Ze zijn bijvoorbeeld afhankelijk van dieren voor het onder controle houden van insecten. Ook zorgen dieren voor bestuiving van hun gewassen. Haal één schakel uit de keten – de hamsters bijvoorbeeld – en het hele systeem komt onder druk te staan. Dat kan zorgen voor het optreden van ziektes, waartegen dan weer chemicaliën moeten worden gebruikt.

In het wetenschappelijke vakblad Proceedings of the Royal Society B schrijven de Franse biologen hoe slechts 5 procent van de jongen waarvan de moeder alleen mais eet overleven. De rest verdwijnt in de maag van moeder. Bovendien gedroegen die moeders zich agressiever, ze klommen meer en vielen zelfs hun verzorgers aan. Slechts een beetje bijmengen van meelwormen of tarwe in het dieet van de hamsters liet dit gedrag weer verdwijnen.

Hamsters zijn beschermde dieren in Frankrijk, maar de regering van dat land is al eens door de EU op de vingers getikt dat er niet genoeg wordt gedaan om de soort te laten overleven. Dit nieuwe onderzoek toont eens te meer aan dat er goede natuurbescherming begint bij een veelzijdig landschap, zonder monocultuur.