Vitamine C als geneesmiddel

 

Inhoud:
- INTRO vitamine C (AD Magazine)
- Vitamine C en hoge bloeddruk en overgewicht (The Lancet, 1999)
- Vitamine-C en nierstenen, onzin!


AD Magazine
Item: Vitamine C
Auteur: Melchior Meijer

Intro vitamine C

Is vitamine C wellicht méér dan een vitamine? Vrijwel alle zoogdieren maken het zelf, klokje rond, in de lever en de nieren. Mensen, apen en cavia's verloren dat vermogen. Koppige dokters beweren al jaren dat een spuit vitamine C iedere virusinfectie in de kiem smoort. In de practijk werk het iig erg goed bij omze ratten.

23 januari 1948

Om tien over acht in de avond van 23 januari 1948 buigt Frederick Klenner, plattelandsarts uit Reidsville, North Carolina, zich over het ziekbed van een vierjarig joch. Hij ziet de typische verschijnselen van een virale hersenvliesontsteking. Het kind is een week flink verkouden en hangering geweest. Die middag klaagde het over hoofdpijn, ontwikkelde plotseling hoge koorts en werd doodziek. Hij heeft het bewustzijn verloren. Verkeert in shock. Klenner aarzelt geen moment. Hij haalt een injectiespuit uit zijn tas en trekt de spuit vol met een oplossing van 3000 milligram natrium-ascorbaat: vitamine C in een vorm die je kunt injecteren. Zo snel als het hart van het mannetje toelaat, jast hij de oplossing in zijn bloedbaan. Het resultaat is onmiddellijk en verbluffend. De hartslag zakt van 180 naar 100. De koorts daalt. Om tien voor half negen reageert de kleine patiënt op zijn ouders. Een uur later kan hij zitten en drinkt hij. Klenner geeft hem nog een injectie, nu in het spierweefsel en instrueert de ouders het kind elke twee uur een gram ascorbinezuur te geven, opgelost in limonade. Vier dagen later is de peuter volledig hersteld.

Klenner, zo blijkt uit een artikel dat hij in 1949 publiceerde in het weinig prestigieuze vakblad Southern Medicine & Surgery, wist wat hij deed. Op het moment dat hij dit jongetje 'terughaalde', had hij al succes geboekt in honderden soortgelijke gevallen. Tijdens een polio-epidemie had hij zelfs alle zestig patiënten die onder zijn hoede kwamen binnen drie dagen zonder restverlammingen op de been geholpen. Op een congres van de American Medical Association in 1953 drukte hij zijn sprakeloze collega's op het hart: "Als je niet meteen weet wat het is en het niet vertrouwt, onmiddellijk intraveneus natrium-ascorbaat toedienen en dan pas verder gaan met diagnosticeren." Klenner werd volkomen genegeerd. Alle hoop en aandacht waren gericht op een vaccin, dat elk moment werd verwacht. Klenner publiceerde driftig, maar uitsluitend in onbeduidende tijdschriften als Southern Medicine & Surgery en het Journal of Preventive Medicine. Zijn verzoeken om een grote studie op te zetten, werden consequent afgewezen.

Vitamine C is een bijzonder molecule. Hoewel de Schotse scheepsarts James Lind al in 1747 overtuigend aantoonde dat een substantie in citrusfruit scheurbuik (scorbut) voorkomt en geneest, werd de stof ascorbinezuur (anti-scheurbuik-zuur) pas in 1928 geïsoleerd door de Hongaars-Amerikaanse biochemicus Albert von Szent-Gyorgyi. Zijn ontdekking werd als zo belangrijk beschouwd, dat hij er in 1937 een Nobelprijs voor kreeg. Al snel werd duidelijk dat de mens een van de heel weinige zoogdieren is die zelf geen ascorbinezuur kunnen maken. Duizenden jaren geleden verloren mensen, de meeste apen, cavia's en een zeldzame vleermuissoort een enzym dat de laatste schakel vormt in de omzetting van glucose (bloedsuiker) in vitamine C. Het gen voor het enzym zit er nog, maar het is defect. Niemand weet waarom we een zo belangrijke functie (vitamine C is noodzakelijk voor meer dan driehonderd vitale processen) verloren. Sommige wetenschappers nemen aan dat ons oerwoudmenu zoveel vitamine C leverde dat we de eigen aanmaak konden missen, anderen menen dat een virus het genetische defect veroorzaakte. Feit is dat wij mensen het spul dagelijks met de voeding tot ons moeten nemen om gezond te blijven, net zoals een suikerzieke insuline moet gebruiken.

Het verhaal van de inmiddels overleden dokter Fred Klenner wekt de schijn van een broodje aap. Een mooie, maar onware en potentieel gevaarlijke anekdote. Toch zetten artsen ook anno 2005 intraveneus toegediende megadoses vitamine C in bij virale crisissituaties. Noodgedwongen zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven. Ze rapporteren dezelfde dramatische effecten als Klenner. Hoe kan dat nou?

Gezien de totale afwezigheid van serieuze berichten, lijkt er maar één verklaring mogelijk: deze uit de pas lopende dokters zijn pathologische leugenaars. De Britse biochemicus Dr Steve Hickey, auteur van het onlangs verschenen boek 'Ascorbate, the Science of Vitamin C', onderzocht de claims. Zijn conclusie is verbijsterend. "Óf deze artsen en de ouders van hun patiëntjes liegen de hele boel bij elkaar, óf ze nemen een placebo-effect waar dat zich op magische wijze beperkt tot ascorbinezuur, óf het medische establishment maakt een onvergeeflijke fout. Eén ding is zeker: zolang het niet eerlijk is onderzocht, is het onwetenschappelijk om dit soort consistente waarnemingen van ervaren dokters blind af te serveren. Klenner en vele anderen hebben extreme resultaten geboekt bij alle denkbare virusinfecties, van polio en griep tot hepatitis. Die resultaten zijn gedocumenteerd, maar niet in de 'juiste tijdschriften'.... Het is bovendien aangetoond dat acsorbinezuur in de reageerbuis de meeste virussen blokkeert. Anticiperend op de griep-pandemie die onherroepelijk zal uitbreken, is het wellicht handig dat overheden snel eerlijk laten uitzoeken of intensieve ascorbinezuurtherapie inderdaad alle virale brandhaarden in de kiem smoort, zoals de biochemische logica voorspelt." Vanaf het moment dat zo'n pandemie uitbreekt, duurt het een half jaar voor een vaccin beschikbaar is. Een gemene griep à la 1918-1919 roeit in zo'n tijdsbestek ook anno 2005 miljoenen mensen uit. Onlangs adviseerde de Gezondheidsraad minister Hoogervorst Nederland op een epidemie voor te bereiden door voldoende virusremmers in te slaan. Kosten: 50 miljoen Euro. De effectiviteit van deze medicijnen wordt door kritische deskundigen als matig aangemerkt. Hickey: "Als een simpel en spotgoedkoop infuus met ascorbinezuur een dergelijke uitslaande brand blijkt te blussen, stel ik voor dat we alle financiële belangen even vergeten en het inzetten."

Biochemische logica? Het brandje blussen? Dr Thomas Levy, internist, cardioloog en auteur van het boek 'Vitamin C, Infectious Diseases & Toxins', legt het duidelijk uit. "In de eerste plaats is goed aangetoond dat vitamine C in therapeutische doses antibiotische en antivirale capaciteiten bezit. Hoge concentraties blokkeren zelfs HIV, in de zelfde mate als farmacologische aidsremmers. Verder is het immuunsysteem volkomen afhankelijk van het spul. Maar de rappe levensreddende werking bij acute infectieziekten, berust op het vermogen van ascorbinezuur om elektronen te doneren aan zogenoemde vrije radicalen. Elke infectieziekte gaat gepaard met een gigantisch oxidatieproces. Het is precies dat proces die het organisme uiteindelijk de das om doet. Ascorbinezuur doet in feite weinig anders dan het stabiel maken van die vrije radicalen. Als er voldoende elektronen worden aangeboden, in de vorm van massa's ascorbinezuur, dooft de infectie en krijgt het immuunsysteem een faire kans om af te rekenen met de ziekmaker. Is de infectie mild, dan heb je betrekkelijk weinig ascorbinezuur nodig. Is de infectie heftig, dan moet je véél meer gebruiken. Infuusflessen tegelijk. Je kunt het uitstekend vergelijken met een uit de hand lopend houtvuur. Niemand bestrijdt een flinke fik met een waterpistooltje. Je gooit er een paar emmers water op, of roept de brandweer erbij en dan pas dooft het. Dit is brugklas-scheikunde, geen ingewikkelde geneeskunde. Het is weinig sexy, je kunt er geen stoere referaten over houden en je verdient er geen Mercedes mee. Misschien dat collega-artsen er daarom zo moeilijk over doen."

Wat een verbluffende onzin, is de unanieme reactie van Nederlandse deskundigen. "Heeft u wat meer reclame-uitingen over deze onzinnige therapie," vraagt Dr Cees Renckens, voorzitter van de Nederlandse Vereniging tegen de Kwakzalverij. "Er zijn vast enkele artsen in Nederland die gek genoeg zijn om vitamine C intraveneus te geven, maar in de ziekenhuizen zal het niet voorkomen. Daarvoor hebben we in Nederland gelukkig te veel sociale controle en collegiale toetsing." (Einde citaat Dr. Cees Renckens) Zijn collega, Prof Dr Rob Koene, nierspecialist in ruste, mist 'ook maar het geringste bewijs'. "Er zijn geen gecontroleerde, klinische studies." Aldus Prof Dr. Rob Koene. Dat hoeft ook niet, want de zogenaamde observaties van deze (reguliere) artsen zijn pertinente nonsens. Al vanaf het eerste bewijs bij het overleven van Poliopatiënten rond 1948-1949 is het niet gelukt om over de resultaten met Vitamine C in respectabele tijdschriften te publiceren, door tegenstand van de toenmalige artsen. Dat betekent dat er iets niet deugt in het medische systeem. Pas als een waarneming door de collega's serieus wordt genomen, als er een zekere logica aan ten grondslag ligt, verdient hij de aandacht... Waarom? Om een mening die onwaarschijnlijk lijkt, zonder verder te onderzoeken. Citaat rapport: " Dit is kwakzalverij. Gepropageerd door goedbedoelende individuen, maar toch, onzin. Veronderstel dat we alle evident waanzinnige observaties in grote onderzoeken zouden gaan toetsen! Dan zou het eind zoek zijn." Aldus de artsen in de reguliere geneeskunst.

Biochemicus Hickey: "Koenes standpunt getuigt niet van wetenschappelijk denken. Het is waar dat er alleen observaties van dokters zijn. Maar het is veel te gemakkelijk om die observaties eenvoudig weg te wuiven of af te doen als placebo-effect. Bewusteloze, ten dode opgeschreven peuters met hersenvliesontsteking komen bij en genezen. Niet één keer, niet twee keer, maar telkens als een dokter op tijd voldoende ascorbinezuur inspuit. De zestig poliopatiënten die Klenner binnen 72 uur weer op de been hielp, hebben zonder restverlammingen verder geleefd. Kon Klenner geen diagnoses stellen en mankeerde die mensen niks? Zag Klenner het Pak Uw Bed Op En Wandel effect? Zijn al zijn 'opvolgers' geschifte fantasten? De enige wetenschappelijk correcte reactie op dit soort observaties is 'onderzoek het grondig'."

Vast staat dat dat zestig jaar lang niet is gebeurd. Het is nauwelijks voor te stellen dat een eenvoudige, goedkope behandeling met zulke spectaculaire resultaten en vrij van bijwerkingen al die tijd over het hoofd kan worden gezien door intelligente, bonafide artsen en onderzoekers. Hebben Renckens en Koene gelijk? Staart het 'vitamine C kamp' zich blind op een fata morgana? Internist en cardioloog Levy meent dat er veel banalere mechanismen in het spel zijn. "Hooggeschoolde professionals met veel status vertonen de neiging als groep te denken en niet als individu," zegt hij. "Alleen medische informatie die de leerboeken haalt en door hoogleraren wordt gedoceerd, is 'waar'. Waarnemingen, hoe evident en relevant ook, die niet onmiddellijk doordringen tot de collegezalen, zijn gedoemd om enkele generaties lang te worden geridiculiseerd. De geschiedenis van de geneeskunde is geplaveid met voorbeelden. De angst voor kwakzalver te worden versleten, wordt er vanaf het eerste medische college ingeramd. Het gekke is, hoe voor de hand liggender en logischer een nieuw idee, hoe meer weerstand het ondervindt. Dokter Semmelweis was de kwakzalver van zijn tijd, omdat hij zijn collega's wees op het belang van handen wassen tussen lijkschouwing en verlossing. Omgekeerd geldt de coronaire bypass operatie vandaag de dag als onbetwist symbool van medisch kunnen, terwijl er in de literatuur geen bewijs is dat het huzarenstukje beter werkt dan niet ingrijpen. Niemand die dáár een probleem van maakt. In het geval van vitamine C gaat het om veel meer dan gekrenkte eer en de kleren van de keizer. Aan de ziekten die het spul geneest, valt verschrikkelijk veel te verdienen. Aan ascorbinezuur niets."

Steve Hickey vult aan: "Laat het duidelijk zijn dat reproductie van Klenners resultaten ten overstaan van de wereld catastrofaal zou zijn voor de farmaceutische industrie en voor het aanzien van een aantal invloedrijke wetenschappers. Individuele dokters hebben echter ook zelf ogen en oren en zijn dus deels verantwoordelijk voor ontbrekende kennis en eventueel daaruit voortvloeiend leed. Levy verwijst in zijn boek naar 1200 relevante studies. Ik heb er ook honderden opgediept. De kennis ligt op straat. Toediening van hoge doses vitamine C is bovendien volstrekt veilig. Ik zou het door Koene gebruikte argument dan ook willen omdraaien. Tot gecontroleerde klinische studies hebben bewezen dat het niet werkt, moet het afzien van massieve natrium-ascorbaatbehandeling bij potentieel dodelijk verlopende infectieziekten als hersenvliesontsteking, SARS, ebola of vogelgriep als medische nalatigheid, als kwakzalverij worden bestempeld."

Ook bij chronische aandoeningen speelt vitamine C, of een gebrek er aan, volgens sommige wetenschappers een sleutelrol. In de jaren '90 oogste Linus Pauling, een van de grootste scheikundigen die de vorige eeuw heeft voortgebracht, de hoon van de medische stand toen hij verkondigde dat hart- en vaatziekten niets anders zijn dan een uiting van milde scheurbuik. Hij stelde dat het probleem volledig zou worden uitgebannen als iedereen van kindsbeen af dagelijks enkele grammen vitamine C zou nemen. Ook meende hij zeker te weten dat angina pectoris - pijn op de borst als gevolg van vernauwde kransslagaderen - kan worden genezen met megadoses vitamine C en de aminozuren lysine, proline en arginine en ornithine. Een verhandeling waarin hij deze boude bewering staafde, werd aanvankelijk gretig geaccepteerd door het wetenschappelijke tijdschrift Science, maar op het laatste moment zonder opgaaf van reden niet gepubliceerd.

In een radio-interview vertelde Pauling hoe enkele bejaarde vrienden met hartproblemen (onder wie een natuurkundige met een Nobelprijs) bypass-operaties hadden afgezegd toen ze na een paar weken vitamine C therapie van hun pijn en beperkingen bleken te zijn verlost. Over de weigering van die publicatie zei hij: "Ach, wie heeft er nog behoefte aan een dubbelblinde, gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde studie als hij bewijs van dit kaliber ziet." Biochemius Steve Hickey: "Ook deze spannende hypothese en waarnemingen van een man die twee keer eerder onverwacht gelijk kreeg, zijn nooit eerlijk getoetst. Op het Internet gonst het van de anecdotische gevallen van mensen met verstopte kransslagaderen en angina pectoris die zonder chirurgisch ingrijpen beter worden, maar zolang er geen klinische studies zijn, zijn die getuigenissen niets waard."

Pauling was niet de eerste wetenschapper die chronisch vitamine C-gebrek als voornaamste oorzaak van het hartinfarct zag. In 1940 toonde de Canadese patholoog Paterson aan dat hartinfarctpatiënten zonder uitzondering veel lagere vitamine C spiegels hebben dan gezonde mensen. 'De plaques in aangetaste slagaders worden gevoed door haarvaatjes,' schreef Paterson, een observatie die vijftig jaar later werd bevestigd. 'Bij gebrek aan ascorbinezuur worden die vaatjes zwak, gaan kapot en veroorzaken een bloedprop. Is er voldoende vitamine C, dan blijven de vaatjes en de plaque stabiel en zullen ze geen infarct veroorzaken.' Patersons landgenoot Willis, een cardioloog, bevestigde die waarneming in 1953. Eerst toonde hij aan dat cavia's - die net als wij geen vitamine C kunnen aanmaken - zonder uitzondering verstopte bloedvaten ontwikkelen als ze het cavia-equivalent van de ADH voor mensen krijgen. Bij cavia's die omgerekend naar menselijke verhoudingen een gram of vier per dag krijgen, is de aandoening echter onmogelijk op te wekken. Toen hij dat had vastgesteld, ging Willis, niet gehinderd door ethische commissies, experimenteren met zijn hartpatiënten. Eén groep gaf hij drie maal daags 500 milligram vitamine C (een dosis die Pauling overigens als 'verwaarloosbaar laag' zou hebben bestempeld), de andere groep kreeg alleen normale voeding. Het resultaat: in de vitamine C groep groeiden de bloedvaten niet verder dicht en namen de symptomen af, in de 'onbehandelde groep' schreed het ziekteproces onverminderd voort.

Hickey: "Er is van alles aan te merken op Willis' aanpak, maar de man verkeerde terecht in de overtuiging dat zijn pilotstudie een aanzet zou vormen voor gedegen vervolgonderzoek. Willis is vergeten. Cardiologen kennen de man noch zijn werk. Het is alsof zijn onderzoek nooit is gedaan. En op onderzoek dat nooit is gedaan, kun je niet voortborduren. Het enige solide materiaal dat we nu hebben, zijn epidemiologische studies die hardnekkig suggereren dat mensen met veel vitamine C in hun bloed veel minder kans hebben te overlijden aan een heel spectrum van kwalen."

 

Aanbevolen Dagelijks Hoeveelheid
Leidt extra slikken alleen tot een 'dure plas'?

Mensen maken zelf geen ascorbinezuur aan. Chemicus Linus Pauling (1901-1994) was ervan overtuigd dat we tenminste drie gram (3000 milligram) per dag nodig hebben. Zelf was hij met 18 gram een echte grootverbruiker. Hij baseerde die nog altijd controversiële opvatting op de observatie dat de meeste dieren dagelijks het menselijke equivalent van tussen de 5 en 13 gram aanmaken en een veelvoud daarvan wanneer hun organisme door ziektekiemen wordt bedreigd of anderszins stress ondervindt. Hij noemde de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid (internationaal variërend van 60 tot 200 milligram) 'in strijd met de logica en funest voor de volksgezondheid'. "Geen dierenverzorger die het in zijn hoofd haalt om gorillas de vierenhalve gram vitamine C per dag die ze in het wild bij elkaar plukken te onthouden," zei Pauling. "Ze weten dat ze anders ziek worden en dat kost geld. Hoe kunnen we zo naief zijn te denken dat wij mensen genoeg hebben aan de 60 milligram waarmee je acute scheurbuik voorkomt." Het antwoord van de gezondheidsautoriteiten: "Zodra we meer dan 60 milligram per dag binnenkrijgen, plassen we het uit. Het bloed en andere weefsels zijn dan verzadigd en nog meer slikken levert slechts een dure plas op." Steve Hickey noemt dit 'pseudowetenschappelijke prietpraat'. "Ten eerste plassen ook zoogdieren die zelf ascorbinezuur aanmaken grote hoeveelheden uit," zegt hij. "Dat wil niet zeggen dat het spul geen werk heeft verricht. Ten tweede zijn bij de onderzoeken naar de verzadiging van weefsels fundamentele fouten gemaakt. Er is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de halfwaardetijd van vitamine C. Die bedraagt slechts dertig minuten. Elke dosis is na een uur verbruikt, wat impliceert dat mensen vanwege hun genetische defect regelmatig wat vitamine C moeten gebruiken. Dr. Mark Levine, de onderzoeker van de National Institutes of Health op wiens studies ook de Europese Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid is gebaseerd, heeft plasmaconcentraties gemeten 12 uur na de inname van een enkele dosis vitamine C. Natuurlijk krijg je dan de indruk dat het geen zin heeft. Elke dosis is dan immers lang en breed verwerkt en uitgeplast. Verder heeft Levine zelf bevestigd dat de maximale bloedconcentraties na orale inname vier keer hoger liggen dan hij aanvankelijk dacht. Dat laatste is netjes gedocumenteerd in een recent nummer van "The Annals of Internal Medicine", maar ondanks de implicaties voor de volksgezondheid wordt het niet vertaald naar nieuwe adviezen. Hickey heeft zijn collega aangesproken op de onvolkomenheden in zijn werk en de mogelijke consequenties daarvan. Uit de e-mail correspondentie blijkt dat de aanvankelijk communicatieve Levine niet meer reageert sinds Hickey hem confronteert met de evidente fouten in zijn onderzoek.

Vitamine C of ascorbinezuur komt voor in talloze vruchten en gewassen en het wordt synthetisch vervaardigd uit vooral maiszetmeel. Er is geen verschil tussen natuurlijke of synthetische vitamine C, het gaat om exact hetzelfde molecule, met dezelfde opneembaarheid en dezelfde effecten. Pure ascorbinezuur laat zich uitstekend oplossen in allerlei koude dranken. Vitamine C in tabletvorm is meestal deels gebonden aan een mineraal, zoals calcium, magnesium, kalium of natrium. Alleen die laatste vorm, natriumascorbaat, is geschikt voor intraveneuze toediening. Ondanks sterke aanwijzingen dat vitamine C levens kan redden bij infectieziekten, vergiftigingen, slangenbeten en shock, is intraveneuze toediening van natriumascorbaat in Nederland niet toegestaan. De Amerikaanse arts en vitamine C specialist Robert Cathcart behandelt patiënten volgens het zogenoemde darmtolerantie-principe. Hij geeft zoveel ascorbinezuur tot de patiënt diarree krijgt. Het blijkt dat zieken veel meer ascorbinezuur opnemen dan gezonden (afhankelijk van de ernst van de kwaal tot wel 100 gram per dag) voor er diarree ontstaat. Cathcart: "Ziekte vreet ascorbinezuur. Ik praat daarom wel over een 50-grams griep of een 100-grams longontsteking."

De gedachte dat hoge doses over een langere periode vitamine C nierstenen zouden veroorzaken, blijkt op bakerpraat te berusten. Wetenschappelijk onderzoek laat juist zien dat een hoge inname de kans op nierstenen vermindert. Hoewel vitamine C de ijzeropname bevordert en dus potentieel gevaarlijk is voor mensen met ijzerstapeling, blijkt uit onderzoek dat grote doses vitamine C overvloedig ijzer binden en het lichaam uit helpen. Cathcart: "Ik zet het met succes in bij ijzerstapeling, maar ook bij vergiftiging met zware metalen. Er is maar één risico en dat is dat je te laag doseert."

Bloedvaatjes in het netvlies zijn met een retinoscoop goed zichtbaar en kunnen gemakkelijk worden gefotografeerd. De toestand van die vaatjes weerpspiegelt de conditie van de rest van het bloedvatstelsel. Deze relatie is zo sterk, dat oogartsen en optometristen kunnen zien of iemand hoge bloeddruk heeft of aan het ontwikkelen is. Ruim vóór de bloeddruk gaat stijgen, vertonen de vaatjes in het netvlies vernauwingen. Vernauwde vaatjes in het netvlies vormen ook een goede indicatie of iemand een hartinfarct zal krijgen. Volgens sommige oogartsen is een plaatje van het netvlies zelfs net zo'n betrouwbare graadmeter als een angiogram, een directe foto van de kransslagaderen. Ofthalmoloog Dr Sydney Bush uit het Britse Hull ontdekte bij toeval dat het gebruik van 2 tot 10 gram vitamine C per dag vaatvernauwing in het netvlies voorkomt en bestaande bloedvatafwijkingen herstelt. "Ik merkte in mijn contactlenspraktijk dat mensen die mooie vaten hebben, veel groenten en fruit zeggen te eten, terwijl mensen met atherosclerotische vaten vaker zeggen dat knakworst hun favoriete groente is. Na een forse literatuurstudie kreeg ik de indruk dat die slechte bloedvaatjes in de ogen een uiting zijn van latente scheurbuik, een chronisch gebrek aan vitamine C. Een nu zeven jaar lopend experiment heeft die gedachte bevestigd. Vaatafwijkingen in het netvlies herstellen binnen enkele maanden wanneer patiënten 2 tot 10 gram ascorbinezuur per dag gaan slikken." Bush beschikt over honderden 'voor' en 'na' foto's van netvliezen, waarop duidelijk is te zien dat vernauwingen zijn verdwenen. Er was echter geen sprake van een placebogecontroleerde, dubbelblinde studie. Bush publiceerde over zijn experiment in het British Medical Journal, maar een aanvraag voor een (dure) vervolgstudie werd niet gehonoreerd. Bush: "Het is om gek van te worden. Je ziet dat iets werkt en je mag het niet eerlijk onderzoeken. Ik troost me met de wetenschap dat ik een beperkte groep mensen kan helpen."

 


Bron: The Lancet, 1999

Vitamine C en hoge bloeddruk

Onlangs werd een nieuw onderzoek gepubliceerd dat weer de bloeddrukverlagende werking van vitamine C aantoonde. 39 Mensen met een diastolische bloeddruk tussen 90-110 mm kwikdruk, werden in een vitamine C- en een placebogroep verdeeld. De vitamine C-groep kreeg gedurende 30 dagen 500 mg vitamine C per dag te slikken. De bloeddruk daalde hierdoor met cira 10%. Dit was het duidelijkst bij de systolische (boven)druk.

Vitamine C verminderd kans op chronische klachten na fracturen

Na heling van een polsbreuk komen nogal eens chronische klachten voor die 'reflex sympathetic dystrophy' (of RSD) worden genoemd. Om te kijken of extra vitamine C hier bescherming tegen biedt door de genezing van de polsbreuk te verbeteren, kregen 123 patiënten met een polsbreuk 500 mg vitamine C per dag voorgeschreven of een placebo. RSD trad op bij 7% van de mensen met vitamine C en bij de placebogroep lag dit percentage op 22%. Onderzoekers achten het mogelijk dat vitamine C niet alleen chronische klachten na een polsbreuk kan helpen voorkomen, maar ook chronische klachten na andere fracturen en trauma's.

 

Veroorzaakt vitamine C nierstenen?


Vitamine-C en nierstenen, onzin! Maak je niet ongerust van 3 gram Vitamine C krijg je geen nierstenen. Al die onzin over Vitamine-C is ontstaan door een onderzoek uit 1975 door de heer Chalmers. Hij heeft bij de hele wereldbevolking 25 jaar lang dood en verderf gezaaid met zijn beweringen.

Alle artikelen en behandelingsprotocollen zijn volgens het zelfzorg principe geschreven. Bij zelfzorg is niet de arts of specialist maar de patiënt verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de behandeling. Toch adviseer ik patiënten om bij gezondheidsklachten eerst een arts te raadplegen. Een juiste diagnose is ook bij een zelfzorgtraject van onschatbare waarde.

Copyright © 2007 - pilliewillie.nl

Chalmer dacht dat hij calciumoxalaat in de urine had gevonden. Dit is een stof die in sommige nierstenen ook voorkomt. Jaren later bleek dat dit calciumoxalaat tijdens het laboratoriumonderzoek ontstaan was en niet in de urine van de proefpersonen. Chalmer paste als dosis 25 - 50 mg Vitamine-C per dag toe, een dosis die veel te laag is om enig effect te ressorteren. Ook liet hij iedereen, ook de mensen in de placebo controlegroep, die ziek waren 3 gram Vitamine-C gebruiken. Hierdoor stelde hij, voor de testgroep, slechts een verkorting in de ziekteduur van een verkoudheid van 0,11 dag (enkele uren) vast. Toen dit onderzoek jaren later door anderen werd overgedaan bleek dat de verkorting in ziekteduur voor een verkoudheid 0,93 dagen te bedragen. Dat is op gemiddeld drie dagen voor een verkoudheid toch een verkorting van 30%.



De "uit de pot in de pot" situatie


Ik slik zelf 6000mg Vitamine-C. Ik heb bij de ELN in Utrecht, 030 - 2871492, laten meten hoeveel van die Vitamine-C in mijn bloed terecht kwam. Dat viel mee mijn bloedwaarde was 130micromol/l, terwijl een minimale waarde voor een goede gezondheid 50micromol/l bedraagt. Prachtig!! Toen heb ik ook laten meten hoeveel Vitamine-C er in mijn urine zat. Dat was 5658mmol/mcr terwijl dit normaal tussen de 10 en de 200mmol/mcr moet liggen. Daar gaan mijn centen; je zou kunnen zeggen dat er sprake was van een "uit de pot in de pot" situatie (ik bedoel uit de Vitamine-C pot, in de WC pot). Ja, ja, ik hoor jullie al vragen, kan ik dan niet beter wat minder slikken? Nee dat kan niet!! Je moet de zaak vergelijken met een emmer vol met gaten. Je bent hem met een kopje aan het vullen en tegelijk loopt er weer water uit. Je krijgt hem heus wel vol, gewoon een kwestie van door scheppen. En als het erg heet weer is dan moet je extra hard scheppen want dan verdampt het water ook nog. Dat is heel goed te vergelijken met de Vitamine-C situatie in je lichaam. Je moet er veel in stoppen voordat je Vitamine-C bloedspiegel omhoog gaat (er gaat veel in de WC pot). Gebruik gerust een extra 1000mg als je ziek bent (emmer vol scheppen tijdens warm weer) of als je een drukke periode hebt; voor je werk naar het buitenland, een presentatie geven of zo. De emmer kan ook overlopen. Dan neemt je lichaam geen Vitamine-C meer op. Dat krijg je alleen als je de dagelijkse dosis opvoert tot je diarree krijgt, of je darmen borrelende geluiden gaan maken (darm intollerantie). Dat kan voor iedereen een andere dosis zijn (ook situatie afhankelijk: ziek of niet ziek, ge-stressed of niet). Dus meer Vitamine-C gebruiken dan je persoonlijke tolerantie factor heeft geen zin.


Higher vitamin C levels related to lower mortality

In a study just published in the journal Lancet (2001; 357:657-63),
researchers from Cambridge University in England sought to confirm the association between serum vitamin C levels and mortality from all causes as well as specifically from cardiovascular disease and cancer. They found that high levels of vitamin C resulted in a significant reduction in all cause mortality over a four year period. The study participants were part of a prospective population study of 19,496 men and women ranging in age from 45 to 79. At the beginning of the study participants were clinically examined and completed a health and lifestyle questionnaire and food intake diaries. Serum ascorbic acid levels were measured one year into the study. Causes of death were followed up and validated for four years.


Vroeger maakte de mens zelf Vitamine-C


Vele 100.000 jaren geleden verloor de mens het vermogen om in de lever van suiker zelf Vitamine-C te maken. Men schat dat de mens vroeger dagelijks tussen de 1 en 20 gram Vitamine-C maakte. De meeste zoogdieren bezitten dat vermogen nog steeds. Door het onvermogen Vitamine-C in het lichaam te maken en door te weinig Vitamine-C in de voeding stierven er in de ijstijden miljoenen mensen aan scheurbuik (lekkende bloedvaten). De scheurbuik teisterde de mensheid duizenden jaren. De mensen die deze epidemie overleefd hebben danken dit aan het feit dat sommige mensen in staat bleken te zijn tot het vervaardigen van reparatiemoleculen voor de vaatwandbeschadigingen. Zij bleven lang genoeg leven om voor nageslacht te zorgen. De hedendaagse mens kan nog steeds beschadigde vaatwanden repareren. Deze reparaties veroorzaken wel verdikkingen in de vaatwand en uiteindelijk arteriosclerose. Veel mensen hebben een chronisch Vitamine-C tekort en leiden hierdoor, in mindere mate, aan scheurbuik. Jaren van reparaties aan vaatwandbeschadigingen leidt tot vaatvernauwingen en kleine tumoren in de vaatwand en uiteindelijk tot de dood. Als jullie de richtlijnen van 60mg Vitamine-C van de overheid als norm hanteren krijg je net geen scheurbuik! Geen lekker gevoel he? Er zit maar 50mg vitamine C in een sinaasappel en je hebt tenminste 3 gram (rokers meer) nodig voor het handhaven van een goede gezondheid. Dat zijn zestig sinaasappelen per dag. Beetje veel he?


Extra Vitamine-C waar helpt dat nu voor?

* Significante verbetering van artrose (gewrichtsslijtage)
* Door Vitamine-C hergebruik van in het lichaam beschikbare Vitamine-E. Daarom is een C/E combinatie suppletie belangrijk
* Goede goedkope anti-oxidant (F 0,13 per 1000mg, Kruidvat)
* In standhouden cognitieve functies (je weet ook als je ouder bent nog waar je je PIN pas hebt gelaten)
* Een sterker immuun systeem
* Betere bloedsuiker regulatie bij niet-insuline-afhankelijke diabetes (hoge dosis)
* Langere levensverwachting
* Minder beschadigingen van DNA
* Verminderde kans op kanker
* Verminderde kans op hart- en vaatziekten
* Nieuwe manier in bestrijding kanker (zeer hoge dosis)
* Beperking schade door Aspirine, neem Vitamine-C tegelijk met Aspirine
* Minder vocht op een hoping bij brandwonden
* Betere bescherming tegen schadelijke invloed zonlicht (samen met Vitamine-E)
* Verkoudheid gaat sneller over
* Verbetering hoge bloeddruk
* Verminderde kans op een beroerte


2008-2018 by Rattery Rivka en Reizele